Dringend meer frequenties nodig om levens te redden

Gepubliceerd op 05-09-2016

De aanslagen van 22 maart hebben iedereen met de neus op de feiten gedrukt: willen we de communicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten blijven verzekeren, ook bij zeer grote rampen, dan zijn er dringend meer radiofrequenties nodig die ASTRID mag gebruiken. Jeppe Jepsen, Director of Broadband Spectrum van de TETRA and Critical Communications Association (TCCA) en Jo Dewaele Enterprise Architecture & Project and Portfolio Manager bij ASTRID staan stil bij een aantal belangrijke vragen.

Waarom precies zijn er meer frequenties nodig?

Jo Dewaele: ‘Op korte termijn om het huidige netwerk meer capaciteit te bieden. Tot nu toe heeft het ASTRID-netwerk altijd hoge pieken in gebruik aangekund, ook bij zware incidenten zoals de treinrampen in Buizingen en Wetteren. Maar bij de aanslagen op 22 maart waren de pieken nog veel hoger. Om ervoor te zorgen dat het netwerk ook die uitzonderlijke rampen aankan, moet er meer capaciteit komen.’ ‘Meer capaciteit betekent meer zendontvangers. Maar zendontvangers die bij elkaar in de buurt staan, moeten op andere frequenties uitzenden om elkaar niet te storen. Zeker in Brussel bevinden de ASTRID-zendmasten zich op korte afstand van elkaar. Als we extra zendontvangers op die masten zouden plaatsen, kan dat leiden tot frequentie-interferentieproblemen.’ ‘Momenteel mag ASTRID wettelijk frequenties gebruiken binnen het TETRA radiospectrum 380-385/390- 395 MHz. In totaal gaat het dus over 2x5 MHz. Dat spectrum is over het hele grondgebied, en zeker in Brussel, volledig in gebruik. Voordat we extra zendontvangers kunnen bijplaatsen, zijn dus extra frequenties noodzakelijk.’

Waarom worden die extra frequenties niet gewoon toegekend?

‘Zo eenvoudig is dat niet. De door ASTRID gebruikte TETRA-technologie ondersteunt de frequentieband 380- 400 MHz. Van het deel dat momenteel nog niet door ASTRID wordt gebruikt, is een beperkte 2x1,5 MHz toegekend aan beheer door Defensie. De rest (386.5–389.9/396.5–399.9 MHz) valt onder NATO-controle.’ ‘In 2010 al heeft ASTRID gevraagd om de extra 2x1,5 MHz-frequenties van Defensie te gebruiken en de discussie te starten om ook het NATO-deel te kunnen gebruiken. Dat werd toen geweigerd. We hebben de vraag voor de frequenties van Defensie nu opnieuw gesteld aan het BIPT. Er is een akkoord in de maak om die frequenties, goed voor 2x60 kanalen, te delen. Maar dat zal onder strikte voorwaarden gebeuren: alleen in geval van crisis, dus beperkt in tijd en plaats. En we moeten rekening houden met het gebruik van dezelfde frequenties door militaire installaties in België en in de buurlanden. Een deel zullen we waarschijnlijk niet kunnen gebruiken. Omdat vooral in Brussel de capaciteit onvoldoende is, hebben we intussen, in afwachting van een formeel akkoord met Defensie, de toestemming gekregen om in Brussel al 2x20 Defensiekanalen te gebruiken. 

In het algemeen blijft er wel een risico dat door de strikte voorwaarden op het gebruik van de 2x60 kanalen er nog steeds een tekort aan frequenties zal zijn om de noodzakelijke extra TETRA capaciteit te verwezenlijken.’

Zijn er nog andere mogelijkheden?

‘We kunnen nog extra frequenties zoeken binnen de burgerlijke TETRA-band van 410-430 MHz. Maar dat is een oplossing op middellange termijn, en tegen hoge kosten. De antennes die ASTRID nu gebruikt en een aanzienlijk deel van de huidige TETRA-toestellen kunnen niet op deze frequenties werken. De toestellen en antennes zouden dus moeten worden vervangen. Bovendien zijn de frequenties op vele plaatsen (vooral waar ASTRID ook nood aan extra capaciteit heeft) in gebruik voor burgerlijke toepassingen.’

En op de lange termijn?

Jeppe Jepsen: ‘Op de lange termijn, laat ons zeggen 5 tot 10 jaar, wordt internationaal vooral gekeken naar de 700 MHz-frequenties. Dat zijn frequenties die nu voor tv-uitzendingen gereserveerd zijn. Door de overgang van analoge naar digitale tv-uitzendingen (DVB-T) is er veel minder spectrum nodig voor dezelfde hoeveelheid tv-uitzendingen. Daar ligt dus een heel spectrum dat vrijkomt voor andere toepassingen, in de eerste plaats voor breedbanddata. Die breedbanddata worden steeds belang- rijker, maar zoals gezegd volstaan de huidige frequenties voor de hulp- en veiligheidsdiensten al nauwelijks voor de bestaande spraakcommunicatie, laat staan voor nieuwe breedbanddata.’ ‘Er is dus een voorbehouden breedbandspectrum nodig voor de mobiele communicatie van de hulpdiensten, het liefst overal ter wereld binnen hetzelfde spectrum. Alleen zo kunnen we interoperabiliteit tussen verschillende landen verzekeren en een levensvatbare markt voor apparatuur creëren, zoals dat ook voor TETRA gebeurd is.’

Lukt dat?

Jeppe Jepsen: ‘De vierjaarlijkse World Radio Conference in november 2015 is overeengekomen dat het 700 MHz-spectrum inderdaad de beste plaats is voor de hulp- en veiligheidsdiensten. Vanuit een theoretisch propagatie oogpunt is de 400 MHz-band nog beter, want hoe lager de frequentie, hoe minder zendmasten je moet plaatsen. Maar die band is al volledig bezet, het is geen geharmoniseerde band in Europa en er is vanuit de bedrijven weinig steun voor, en dan is 700 MHz de enige realistische optie.’ ‘Het slechte nieuws: ook commerciele bedrijven azen op die frequenties. De nationale overheden hebben de toelating om binnenkort 2x30 MHz in het 700 MHz-spectrum te veilen. De internationale hulp- en veiligheidsdiensten vragen de overheid om minstens 2x10 MHz daarvan voor hen te vrijwaren, maar een verplichting is dat niet. Het zijn de nationale overheden die beslissen.’

Heeft België al een beslissing genomen over het breedbandspectrum?

Jo Dewaele: ‘De verwachting is dat de overheid binnenkort de 2x30 MHz zal veilen, en we hebben het BIPT offcieel gevraagd dat ASTRID een voldoende groot deel van dit spectrum zou krijgen en/of dat er voldoende strenge voorwaarden zouden worden opgelegd aan bedrijven die dit spectrum zouden krijgen zodat delen van hun netwerk veilig zouden genoeg zijn om ook te gebruiken voor kritieke communicatie.’

Jeppe Jepsen: ‘Sowieso moet er iets gebeuren. Het is geen optie om de breedbanddatadiensten voor de hulp- en veiligheidsdiensten volledig over te laten aan de vrije markt. Zoals we tijdens de aanslagen en ook kleinere incidenten hebben gezien, is de capaciteit van commerciële netwerken zwaar onvoldoende omdat het voor de commerciële operatoren niet winstgevend is om daar zwaar in te investeren. Ook beveiliging is een zwak punt. Hulp- en veiligheidsdiensten hebben nood aan systemen die niet kunnen worden afgeluisterd en die optimaal beschermd zijn tegen sabotage. Zeker voor specifeke kritieke toepassingen heeft de sector eigen voorzieningen nodig, ook voor breedbanddata.’

 

  • Jeppe Jepsen (rechts) is Director of Broadband Spectrum van de TETRA and Critical Communications Association (TCCA).
  • Jo Dewaele (links)is Enterprise Architecture & Project and Portfolio Manager bij ASTRID